Het wordt eens tijd, zei de kanarie in zijn kooi tegen de feniks die rondvloog. Het word eens tijd dat je vliegt naar de bessen en de rivier. O, zei de feniks. Ik vind het hier zo fijn bij jou.
Ik ook, zei Kanarie. Maar ik hoor de smurfen praten over de bessen en ik denk dat je het daar fijn vind.
De feniks bleef bij Kanarie. Feniks vond het fijn in de grote keuken bij het vuur en de mensen die er leefde. Nou ja, fijn. Het was wat hij kende. De mensen zette elke dag op dezelfde tijd thee en kookten hun eten altijd om 5 uur.
Op een dag viel de kanarie dood van zijn stokje. De feniks bleef rondvliegen in de keuken en keek uit het raam. Hij vond het fijn voor het raam. Toch was het anders, want zijn veren begonnen anders te voelen. Het leek wel alsof hij af en toe veren verloor. Het begon ook allemaal een beetje te jeuken in zijn vacht. Hij bleef in de keuken want nu kanarie er niet meer was waren de mensen die elke dag thee zette en kookten het lichtpunt van de dag.
Feniks verloor meer en meer veren. Totdat hij niet meer kon vliegen. Het was net een kip. Zo kaal. Toen de mensen op een avond om 5 uur wilde eten, zagen ze een onbekende kip lopen. Ze slachtte de kip en aten de kip op. De laatste traan die hij huilde in de soep, maakte het helder. Toen de mensen de soep aten, begonnen er veren te groeien en vleugels. Ze vlogen uit het raam, naar de bessen. Naar de rivier.
Dus
Dus als je ergens te lang blijft wor je vanzelf opgegeten en is da ook goed.
Als je lekker je eigen ding doet kan je ook zelf de bessen en rivier zien.
Maakt het uit? nope.
p.s erg he van die kanarie...
You are viewing the text version of this site.
To view the full version please install the Adobe Flash Player and ensure your web browser has JavaScript enabled.
Need help? check the requirements page.