Lientje is boos. Heel erg boos.
Ik heb nog nooit iemand zo boos gezien dat er zelfs rook uit zijn oren kwam.
Bij Lientje komen er hele rookwolken uit haar oren.
Uhm…Lientje..”Waarom ben je zo boos?” Zeg ik niet fluistert ze.
Ow. Uhm…Ik denk even na waarom Lientje boos kan zijn en terwijl ik nadenk schopt ze met de voetbal die in de kamer ligt heel hard tegen de deur.
Ze schreeuwt nu: haaaaaaaaaa. Ik ben een hooligan. Een hooligan. Aaaah en ze trapt zo een gat in de deur.
Lientje, zeg ik…wat zou je moeder daarvan vinden. “Kan me niet schelen, stom wijf is ze.”
Oew…ruzie dus denk ik.
Wat is er gebeurd? Die troela vindt dat ik veels te boos ben tegen haar. Dat accepteer ik niet in mijn huis, zei ze. Lietnje kan mama heel goed nadoen. ’T Is toch net zo goed mijn huis. Pff.
”Ik ben een hooligan”. Lientje doet het raam open en roept over de hele straat : Ik ben een hooligan.
Ik zit op haar bed, een beetje te kijken naar Lientje en moet opeens heel hard lachen. Even kijkt ze alsof ze me dood wilt maken met haar ogen. Maar dan lacht ze.
Ik zeg: Wat ben jij een coole hooligan, Lientje.
Waarom ben je een hooligan?
Weet ik niet en kan me niet schelen. Ik ben gewoon boos, ja. En dan ga ik gillen “Ik ben een hooligan”Wraaa. Kijk maar eens hoe eng ik ben. Met haar handen maakt ze enge klauwen. Ja, Lientje kan heel erg eng doen en boos.
Dat vinden de kinderen in haar klas ook. Die zijn een beetje bang voor haar. En daar wordt Lientje dan ook weer boos om, want ze wil helemaal niet vervelend doen. En al helemaal niet dat kinderen moeten huilen als ze haar zien.
Lientje komt naast me op bed zitten en zucht heel diep. Heel diep. Weet je, zegt ze, Weet je. Eigenlijk ben ik geen hooligan. Eigenlijk ben ik een prinses. Maar niemand weet dat.
Ze doen allemaal net alsof ik alleen maar boos doe. En dan wordt ik daar boos om en dan doe ik ook boos.
Als er nou iemand zag dat ik een prinses was…Dan kon ik daar prinsessendingen mee doen.
Prinsessen die zijn heel slim en die weten gewoon alles. Prinsessen hoeven nooit anders te doen dan ze zijn en hebben heel veel vrienden. Elk kind vindt een prinses lief.
Ik was eerst wel een prinses hoor! Ik knik ja. Maar ja… Weet je, zegt ze weer. Weet je.. Toen vertelde ik tegen mama dat ik een vriendje had. Maar mama kon dat vriendje helemaal niet zien. Ze geloofde me niet. Ik zei dat ik een prinses was, tegen mama. Nee hoor, zei mama. Je bent gewoon Lientje uit de eikenlaan.
Ik weet toch zeker dat ik een prinses ben, want ik heb een heel speciaal vriendje, die me helpt met alles en die altijd met me speelt.
Iedereen is een prinses of prins vertel Lientje verder. Maar dat zijn ze vergeten. Dat weten ze niet meer. En daar word ik zo ongelofelijk boos om! Waarom doet iedereen alsof er geen leuke dingen zijn? Dan zegt papa bijvoorbeeld: Ik heb het zo druk druk druk. Dat hij niet eens meer een leuk spelletje kan doen met mij. Ik snap dat niet hoor. Jij? En Lientje kijkt me aan.
Ik vertel tegen Lientje dat als je vergeten bent dat je een prinses of prins bent dat je dan soms ook kan vergeten wat de allerleukste dingen zijn om te doen. Dan kan je denken dat werk het aller, aller belangrijkste in de wereld is. Ow, dat is gek zegt Lientje. Spelen is toch het allerbelangrijskte? Want daar krijg je een blij gevoel van in je buik. Ik knik.
En we spreken af dat ze altijd prinses kan spelen. En elke middag als ze thuis komt na school. 10 minuten. Dan is ze weer even een hooligan en mag ze alles schreeuwen wat ze wilt. Dan mag ook de muziek heel hard aan.
Ik ga dat samen met Lientje aan mama vertellen. Mama moet eventjes denken hoor. Ze vindt het een beetje raar, maar als Lientje uitlegt, dat ze dan liever kan zijn overdag tegen mama, is het goed.
Lientje geeft mama een knuffel en fluistert sorry hoor in mama’s oor. Mama vindt het allang best en is blij dat Lientje weer lacht.
Zachtjes loop ik naar de deur en ga naar buiten.
You are viewing the text version of this site.
To view the full version please install the Adobe Flash Player and ensure your web browser has JavaScript enabled.
Need help? check the requirements page.